Geld begrijpen

Pensioen & later.

Je pensioen begint met het inkomen dat je later verwacht en het leven dat je daarmee wilt betalen. Pas daarna komen vragen over extra opbouw, fiscale ruimte en een geschikte rekening.

01 / Je pensioen begrijpen

Breng eerst je verwachte inkomen in beeld.

Pensioen kan bestaan uit AOW, opbouw via werk en eigen voorzieningen. De bedragen en ingangsdata hoeven niet gelijk te lopen. Vergelijk daarom niet zonder meer een bruto jaarbedrag met je huidige netto maanduitgaven.

Maak een verwachting van je latere uitgaven: sommige werkgerelateerde kosten kunnen verdwijnen, terwijl andere wensen of lasten blijven. Het verschil met je verwachte inkomen is de aanvulling die je wilt onderzoeken.

Fictief voorbeeld€300gewenste maandaanvulling
Als je in een vereenvoudigd netto scenario €2.000 per maand nodig hebt en €1.700 verwacht, is het verschil €300. De benodigde opbouw hangt vervolgens af van looptijd, kosten en onzekerheid.

Verzamel je pensioenoverzichten en zet bij ieder bedrag of het bruto of netto is en vanaf welke leeftijd het beschikbaar komt.

Meer over je pensioen begrijpen
02 / Eerder stoppen met werken

Reken de overbrugging apart van de rest.

Wie eerder stopt met werken, heeft mogelijk eerst een periode zonder AOW of volledig pensioen. Dat gat vraagt een apart plan. Daarna begint een andere fase met andere inkomsten.

Niet elk opgebouwd vermogen is vrij beschikbaar op de gewenste datum. Een pensioenproduct kan fiscale beperkingen hebben. Eerder stoppen kan daarnaast de toekomstige opbouw beïnvloeden; neem dus niet automatisch de oorspronkelijke pensioenverwachting over.

Fictief voorbeeld€48.000twee jaar overbruggen
Een tekort van €2.000 per maand gedurende twee jaar vraagt €48.000, zonder inflatie, rendement, belasting of onverwachte uitgaven mee te rekenen. Die onderdelen kunnen het bedrag veranderen.

Verdeel je tijdlijn in vóór en na de verschillende pensioenstarts. Gebruik per fase eigen inkomsten, uitgaven en beschikbaar vermogen.

Meer over eerder stoppen met werken
03 / Koopkracht later

Een toekomstig bedrag koopt niet hetzelfde als nu.

Bij inflatie stijgt het algemene prijspeil. Een vast bedrag kan daardoor later minder kopen. Je eigen uitgaven kunnen sterker of minder sterk veranderen, afhankelijk van waar je geld naartoe gaat.

Maak duidelijk of een pensioen- of vermogensbedrag in toekomstige euro’s staat of is omgerekend naar koopkracht van vandaag. Alleen bedragen met dezelfde basis kun je zinvol vergelijken.

Fictief voorbeeld€1.219dezelfde koopkracht na tien jaar
Wat vandaag €1.000 kost, kost bij precies 2% jaarlijkse inflatie na tien jaar ongeveer €1.219. Dit is een rekenaanname, geen voorspelling van de prijzen.

Noteer bij je doelen of ze in euro’s van nu staan. Werk het benodigde bedrag bij wanneer je termijn of verwachte uitgaven veranderen.

Meer over koopkracht later

Veelgestelde vragen

Wat is het belangrijkste om te onthouden?

Hoeveel je mag aftrekken, hoeveel je kunt missen en hoeveel je later nodig hebt zijn drie verschillende bedragen.

Kan ik de voorbeelden gebruiken als persoonlijk advies?

Nee. De bedragen zijn fictieve rekenvoorbeelden. Gebruik je eigen gegevens en controleer de uitgangspunten. Berekeningen geven inzicht, maar bepalen niet welk financieel product bij jou past.

Algemene uitleg, geen persoonlijk financieel of fiscaal advies. Beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kunt (een deel van) je inleg verliezen. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst.

Bronnen bij deze uitleg

Belastingdienst: jaarruimte berekenen ↗