Beleggen

Nominaal en reëel vermogen: welke lijn lees je?

Nominaal vermogen is het bedrag in euro’s. Reëel vermogen corrigeert dat bedrag voor de veronderstelde inflatie en toont koopkracht ten opzichte van vandaag.

Een concreet voorbeeld

Kijk verder dan het eindbedrag

SituatieUitgangspuntBetekenis / uitkomst
Nominaal bedragEuro’s op de einddatumWat er op de rekening staat
Reëel bedragKoopkracht van vandaagVergelijkbaar met uitgaven van nu

Fictieve voorbeelden. Afgeronde bedragen; geen persoonlijk advies of voorspelling.

Twee bedragen, dezelfde pot

Een portefeuille kan in nominale euro’s groeien terwijl de koopkracht minder sterk toeneemt. Bij 5% groei en 2% inflatie is het exacte reële jaarrendement ongeveer 2,94%, vóór andere effecten: 1,05 gedeeld door 1,02 min één.

Koppel je doel aan de juiste eenheid

Een pensioenwens in euro’s van vandaag vergelijk je met koopkracht, niet met een ongecorrigeerd toekomstig saldo. Houd bij het invullen duidelijk of je maandinleg vast blijft of later meestijgt. De getoonde aannames bij de tool bepalen wat wordt berekend.

Maak je vergelijking expliciet

Schrijf boven een berekening bijvoorbeeld: dit doel is uitgedrukt in euro’s van vandaag. Gebruik vervolgens de bijbehorende gecorrigeerde lijn. Wil je vooral weten welk rekeningbedrag je op een einddatum zou kunnen hebben, dan is de nominale lijn relevant. Beide kunnen tegelijk waar zijn; ze beantwoorden alleen een andere vraag.

Eerst groeien, daarna terugrekenen naar koopkracht

Stel dat een bedrag in één jaar met 5% groeit terwijl prijzen met 2% stijgen. De reële groei is dan 1,05 gedeeld door 1,02, min één: ongeveer 2,94%. Simpelweg 5% min 2% geeft een bruikbare grove indruk, maar niet de exacte samengestelde verhouding. Over meerdere jaren worden de verschillen groter. In de vermogensgroeitool wordt eerst het nominale eindbedrag berekend uit inleg, rendement en kosten. Daarna wordt die eindwaarde met de gekozen inflatie naar euro’s van nu teruggerekend.

Houd ook je inleg en je doel op dezelfde basis

Een vaste maandinleg van €250 blijft in dit model ieder jaar €250. Die inleg stijgt niet automatisch mee met inflatie of salaris. Een doel van €100.000 in huidige koopkracht is daarom iets anders dan €100.000 op de toekomstige rekening. Schrijf bij een doel op of je euro’s van vandaag of euro’s op de einddatum bedoelt. Vergelijk je toekomstige vermogen met huidige maanduitgaven, gebruik dan de reële uitkomst. Belastingen en persoonlijke veranderingen kunnen daarna nog invloed hebben; de koopkrachtcorrectie rekent die niet weg.

Hier gaat het vaak mis

  • Een pensioenwens in huidige euro’s naast een ongecorrigeerd toekomstsaldo zetten.
  • Inflatie simpelweg als hetzelfde eurobedrag ieder jaar aftrekken.

Veelgestelde vragen

Is reëel rendement simpelweg rendement min inflatie?

Dat is een benadering. Voor een exacte verhouding deel je de groeifactor door de prijsfactor.

Groeit mijn maandinleg mee met de inflatie?

Nee. De ingevoerde maandinleg blijft nominaal gelijk. De inflatieaanname wordt gebruikt om de eindwaarde naar koopkracht van vandaag terug te rekenen.

Van uitleg naar jouw cijfers

Maak het concreet.

Reken met je eigen gegevens en controleer welke aannames bij je situatie passen. Verander één aanname tegelijk om het verschil te begrijpen.

Open de bijbehorende tool
Waarom tellen beleggingskosten op lange termijn mee? →Sparen of beleggen begint bij je doel. →
Bronnen & controle · 1 bron

Wil je een gegeven controleren? Dit zijn de oorspronkelijke bronnen. Externe bronnen openen in een nieuw tabblad.

Voorbeelden en afrondingen zijn van Beurswijzer. De aannames staan bij het voorbeeld en de tool.

Een fout of aanvulling doorgeven